Eigenlijk komt de Amoer luipaardkat (Prionailurus bengalensis euptilura) best veel voor in Azië, maar op het Japanse eiland Tsushima leeft de soort geïsoleerd. Toen de landbruggen naar het vasteland tijdens de ijstijd, zo’n 20.000 tot 30.000 jaar geleden, verdwenen, kon het dier een ongestoord leven leiden, waardoor zijn genetica uniek is geworden.
In de loop der tijd is de soort bedreigd geraakt door verdwijnende leefgebieden, meer concurrentie om voedsel van andere dieren en aanrijdingen door auto’s. Daardoor zijn er nu nog maar zo’n 100 tot 150 exemplaren over op het eiland. En nu maken biologen zich opnieuw zorgen.
Tijdens een routinecontrole in 2024 en 2025 van wilde Tsushima-luipaardkatten merkten de Japanse autoriteiten op dat drie dieren een aanzienlijk kortere staart hadden dan normaal. De staarten waren ongeveer half zo lang als die van andere luipaardkatten, wat zorgde voor zowel nieuwsgierigheid als bezorgdheid, omdat dit nog nooit eerder bij deze soort was gezien. Korte staarten zijn wel een bekend kenmerk van gewone huiskatten, die ook op het eiland leven, en de onderzoekers vreesden daarom dat de zeldzame luipaardkatten zich waren gaan kruisen met huiskatten. Vermenging van soorten kan een serieuze bedreiging vormen voor kleine populaties, omdat het genetische kenmerken kan verdunnen die cruciaal zijn voor het voortbestaan van de soort.
Lees het artikel hier.
Foto: een van de luipaardkatten (ook wel bekend onder Bengaalse tijgerkat) vastgelegd op cameratrap. © Ministry of the Environment, Tsushima Wildlife Conservation Center


