Recent verscheen er een interessant artikel over CITES. En dan met name over de rol van Westerse landen en stichtingen binnen dit orgaan. De kop van het artikel is ‘The Neocolonial Tightening of CITES: How Northern Narratives Marginalize Southern Conservation’.
CITES (Convention on International Trade in Endangered Species) is een internationaal verdrag dat de handel in meer dan 30.000 bedreigde dier- en plantensoorten reguleert en controleert via vergunningen. Praktisch alle landen van de wereld zijn erbij aangesloten. Het doel is te voorkomen dat internationale handel het voortbestaan van deze soorten in het wild in gevaar brengt. Bedreigde soorten worden op zogenaamde Appendices gezet die de mate van handel bepalen. Onder deze handel valt veel, o.a. trofeejacht.
De schrijvers van het artikel stellen dat CITES gedomineerd wordt door veelal de Westerse landen. Die op hun beurt weer beïnvloedt worden door stichtingen en lobbyisten. Dit leidt, aldus de onderzoekers, tot benadeling van vooral Zuidelijk Afrikaanse landen, waar veel dieren leven die gewild zijn in handel. Zij zouden, door allerlei bepalingen, steeds lastiger handel kunnen drijven in dieren en planten.
Aldus de schrijvers;
This study examines how structural power imbalances and dominant Northern narratives within the Convention have systematically marginalized pluralistic conservation discourses, disproportionately disadvantaging Global South states.
Ze stellen dat er feitelijk een neo koloniale houding ontstaat waarbij Westerse landen hun invloed opdringen aan vooral Zuidelijke Afrikaanse landen.
Ik sla altijd aan op dit soort uitspraken. Omdat het de achillespees raakt van het Westen; de angst om koloniaal te zijn. Door deze angst worden bepaalde onderwerpen gemeden. En worden landen niet aangesproken op hun verantwoordelijkheden.
Als ik kijk naar de dieren waarvoor SPOTS zich inzet, de grote katten, zijn er tal van voorbeelden op te lepelen die dit onderstrepen. Laat ik het houden bij het luipaard. Een dier dat volgens CITES verdragen tot de hoogste graad beschermt is, het dier staat op Appendice I. Dat betekent dat er in principe niet in gehandeld mag worden. Daar kunnen landen uitzonderingen op vragen. Een land kan quota aanvragen waardoor er bijvoorbeeld toch trofeejacht kan worden uitgevoerd. Maar dan moet een land wel kunnen aantonen dat het goed gaat met dat dier in hun land. Hiertoe moeten onderzoeken worden uitgevoerd die inzichten geven in bijvoorbeeld aantallen luipaarden. Dat zijn simpelweg CITES vereisten.
En toch hebben landen die trofeejacht op luipaarden aanbieden, vaak geen enkel idee hoeveel luipaarden er in hun land leven. Daarmee schenden ze dus feitelijk het CITES verdrag. Wil je dat CITES daadwerkelijk ‘tanden’ heeft, dan zou je die landen daar dus op moeten aanspreken. Maar er is vanuit Westerse landen en stichtingen vaak een grote schroom om dat te doen. Vooral gedreven door de angst ‘als ik iets zeg, ben ik koloniaal’. En dus wordt er vrolijk trofeejacht toegestaan op een dier dat in theorie ultiem beschermd is, zonder te weten hoeveel er nog van zijn. Vervolgens zijn het vooral de Westerse landen die de benodigde onderzoeken dan financieren. Want, aldus het merendeel van Zuidelijk Afrikaanse landen, hebben zij daar het geld niet voor. Bizar want trofeejacht levert veel geld op. Ze zouden daar gewoon standaard een bedrag voor apart kunnen zetten om onderzoek te doen naar aantallen dieren die worden opgevoerd als trofee.
Ik ben het eens met de kop van het artikel, dat er sprake is van neokoloniaal denken bij vooral Westerse landen en stichtingen. Maar dan wel in een andere vorm. Door verdragen op te stellen die vervolgens niet worden nageleefd en door geld te geven maar geen verantwoordelijkheid te vragen, draag je een houding uit van ‘ach, dat kunnen ze niet’. Dat vind ik neokoloniaal denken. En het erge daarvan is dat dit dan wellicht wel politiek correct is. Maar het de landen en zeker de dieren, niet helpt.
Simone Eckhardt
Afbeelding: grote katten, zoals het luipaard, zijn erg gewild in handel. Copyright: Marlies & Wil Vermeesch-Holtmann


