
Foto door Paola Nogales Ascarrunz via iNaturalist, https://www.inaturalist.org/photos/736661771 CC BY-NC-SA 4.0
Klein van formaat maar met een mega impact. Zo kun je de Boliviaanse tijgerkat wel omschrijven. Dit diertje beheerste in september 2026 het nieuws. Want toen werd onderzoek gepubliceerd welke duidelijk maakte dat met zijn vondst, er voor het eerst sinds 1923 weer een nieuwe wilde katachtige was ontdekt. En dat nog eens per toeval. Hij werd Leopardus tilcayo (ook wel afgekort tot tilcayo) genoemd en is nauw verwant aan andere soorten oncilla’s (tijgerkatten).
Tilcayo is iets kleiner dan een huiskat en met een gewicht van gemiddeld 1,36 kilogram, zelfs voor een oncilla een lichtgewicht. Omdat hij voorkomt in het Yungas-woud in Bolivia, wordt hij ook wel de ‘Boliviaanse tijgerkat’ genoemd. Een filmpje over het dier en de ontdekking zie je hier.
Biologe en National Geographic Society-ontdekkingsreiziger Paola Nogales-Ascarrunz (hieronder op foto) kwam de soort voor het eerst tegen in 2016, toen het Senda Verde Wildlife Sanctuary in Bolivia contact met haar opnam over een kat die daar was binnengebracht. Het dier had ongeveer een jaar lang bij een man in La Paz gewoond; hij had het als kitten gevonden en aanvankelijk gedacht dat het om een huiskat ging, totdat hij besefte dat het dier de zorg van een opvangcentrum voor wilde dieren nodig had. In die periode had hij geprobeerd het dier te voeden met “noedels, rijst en eieren”. Nogales-Ascarrunz raakte geïntrigeerd door de kat en maakte foto’s, in de veronderstelling dat het ging om een exemplaar met een bijzonder uiterlijk van de verwante soort Leopardus tigrinus (Noordelijke tijgerkat).
Tijdens het samenstellen van een brochure over Boliviaanse katachtigen in 2019, besefte Nogales-Ascarrunz dat het exemplaar uit het opvangcentrum afweek van de Noordelijke tijgerkat. In 2026 werd de tilcayo door middel van genomische analyse als een aparte soort geïdentificeerd.
Tot nu toe kunnen wetenschappers alleen zeggen dat de Boliviaanse tijgerkat voorkomt in het Yungas-woud in Bolivia, gelegen op de oostelijke helling van de Andes. Maar over wat deze katachtigen eten of door welke dieren ze worden gegeten, hoe ze zich voortplanten en vele andere aspecten van hun dagelijks leven, bestaat nog veel onduidelijkheid. “Er zijn zoveel fundamentele zaken die we niet weten”, zegt Nogales-Ascarrunz, een van de hoofdauteurs van de nieuwe studie waarbij de Boliviaanse tijgerkat als nieuwe soort wordt erkend.
De oncilla wordt dus ook wel “tijgerkat” genoemd, wat is afgeleid van “El tigre”, dat in het Spaans verwijst naar de jaguar. Dat komt omdat het vlekkenpatroon (rozetten) van sommige oncilla’s in de verte wel iets lijkt op dat van de jaguar. De oncilla is echter stukken kleiner; met een gemiddeld gewicht van zo’n twee en half kilo, is de oncilla een van de kleinste wilde kattensoorten van Zuid-Amerika.
De oncilla houdt de wetenschappers bezig. Lange tijd werden oncilla’s tot twee aparte soorten gerekend; de Leopardus tigrinus (Noordelijke tijgerkat – ook wel savanne oncilla genoemd) en Leopardus guttulus (zuidelijke tijgerkat ook wel Atlantische bosoncilla genoemd). Al eerder stelden wetenschappers dat deze twee soorten verder onderverdeeld moesten worden waardoor er meerdere soorten oncilla’s zouden zijn. Dit is nu bevestigd door onderzoek welke in september 2026 werd gepubliceerd.
De wetenschappers stellen nu dat er met zekerheid vijf soorten oncilla’s moeten worden erkend waaronder dus de net ontdekte Leopardus tilcayo. De tilcayo was al bekend bij lokale gemeenschappen, maar was nog niet wetenschappelijk geïdentificeerd als genetisch onderscheiden van de andere soorten oncilla’s.
En het kan zo maar zo zijn dat het daar niet bij blijft. Dat komt vooral omdat de dieren leven in ontoegankelijk gebied en ze vaak niet goed bestudeerd zijn.

By Alessandro Verniani – Own work, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=199724479
Leopardus tilcayo
De naam “tilcayo” werd door lokale gemeenschappen in de regio al voor de soort gebruikt. De precieze etymologie van de term is onbekend, aangezien deze niet van Spaanse of Quechua-oorsprong lijkt te zijn. Volgens Nogales-Ascarrunz is de term binnen de lokale gemeenschappen van generatie op generatie doorgegeven, maar is de betekenis daarbij verloren gegaan.

Er zijn dus vijf erkende oncillasoorten met onderlinge verschillen. Je moet soms goed kijken om ze te zien tussen de diverse soorten. In de afbeelding hierboven zie je van boven naar beneden de Noordelijke oncilla (a), de nevel oncilla (b) en de Zuidelijke oncilla (c).
Waarin de Boliviaanse oncilla zich onderscheidt van de andere soorten, is dat hij nog kleiner is dan de andere oncilla soorten. Hij heeft een gemiddeld gewicht van anderhalf kilo. Hij is ook kleiner; ongeveer 45 centimeter lang.
Alle oncilla soorten hebben een witte vlek achter op de oren. Wetenschappers denken dat dit dient als afschrikking voor andere roofdieren. Wanneer de kat laag bij de grond gehurkt zit om te drinken of te eten, worden de oren van nature platgedrukt of naar buiten gedraaid. Voor een naderend roofdier lijken die twee opvallend witte vlekken, omlijst door zwarte vacht, precies op een paar grote, wijd openstaande ogen. Deze optische illusie kan een roofdier doen geloven dat de kat hem recht aankijkt, waardoor het verrassingseffect verloren gaat en een aanval wordt voorkomen. Ook zou de witte vlek dienen als communicatie voor kittens. Tijdens het lopen houdt de moeder haar oren naar voren gericht, waardoor de helderwitte vlekken zichtbaar worden als twee achterlichten. De kittens kunnen haar hierdoor in de nacht volgen.
De Boliviaanse tijgerkat (oncilla) is nog maar net ontdekt. En er zijn dus heel weinig studies naar dit dier gedaan. Het meeste wat we ervan weten, is door dieren te observeren en onderzoeken die in gevangenschap leven. Dit is wat we tot op heden weten;
Qua uiterlijk lijkt hij veel op de andere soorten oncilla’s wat het vaak lastig maakt ze onderling te onderscheiden.
De uitgestrektheid van het Zuid-Amerikaanse continent is enorm. Elk van de vijf oncillasoorten heeft een eigen verspreidingsgebied zoals je hieronder kunt zien. Dat van de Boliviaanse oncilla (blauw) zie je links op het kaartje. Het kan zijn dat de diverse leefgebieden van de soorten elkaar raken zoals hieronder te zien. Zeer waarschijnlijk kruisen de dieren dan ook met elkaar.
De Boliviaanse tijgerkat die in een opvangcentrum leeft (en Tigrino is genoemd), is vooral de basis geweest van onderzoek. Hij werd aangetroffen nabij de plaats Arapata in de provincie Nor Yungas, in het Boliviaanse departement La Paz, op een hoogte van 1.570 meter. Deze vindplaats ligt in het bergachtige Yungas-bosgebied op de oostelijke helling van het Andesgebergte. Dit is een zeer specifiek type bergachtig nevelwoud waar dichte wouden vaak gehuld zijn in een dikke deken van mist en laaghangende bewolking. De oostelijke hellingen van de Andes zijn steil; de tilcayo is dan ook gebouwd om steile, gladde hellingen en dichte ondergroei te trotseren.
Vooralsnog weten we dus alleen met zekerheid dat dit dier in Bolivia leeft.
Omdat de Boliviaanse oncilla pas relatief kort geleden als een aparte, zelfstandige soort is erkend, zijn specifieke gegevens uit het veld over het exacte leefgebied van dit dier, nog niet bekend.
Wat we weten over de andere soorten oncilla’s, hebben deze dieren doorgaans territoria die variëren van 0,9 tot 17 km2. Mannetjes hebben daarbij vaak grotere territoria dan vrouwtjes. Het blijkt dat de territoria van oncilla’s gemiddeld zo’n twee en en half keer groter zijn dan wat te verwachten is bij een katachtige van deze grootte. Men vermoedt dat dit toe te schrijven is aan het oceloteffect. De ocelot is groter dan de oncilla en daarmee een potentieel gevaar dat liever gemeden wordt – daarom is het hebben van een groter territorium van belang.
Anno 2026 is er weinig bekend over het gedrag van de Boliviaanse tijgerkat. Resten van kleine knaagdieren in uitwerpselen wijzen erop dat deze deel uitmaken van het dieet en camerabeelden suggereren dat hij vooral in de nacht actief lijkt.

By Alessandro Verniani – Own work, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=199724479
Andere soorten oncilla’s zijn zeer territoriaal, vooral mannetjes tegenover andere mannetjes. Maar mannetjes oncilla’s zijn vaak ook agressief richting vrouwtjes. Als een mannetje een vrouwtje tegenkomt dat niet krols is, jaagt hij haar vaak weg of valt haar fysiek aan om zijn territorium te verdedigen.
Zoals gezegd is de Boliviaanse oncilla pas heel recent als aparte soort erkend. En kunnen onderzoekers alleen maar bogen op enkele individuen. We weten dus nog niets over de voortplanting van de Boliviaanse oncilla. Men gaat er, vooralsnog, van uit dat de voortplanting van de Boliviaanse oncilla in grote lijnen die van de andere oncilla soorten volgt.
Het meeste wat we weten over de voortplanting van oncilla’s komt van fokprogramma’s van bijvoorbeeld dierenparken. In gevangenschap paren oncilla’s vaak hun leven lang met dezelfde partner wat niet wil zeggen dat dit in het wild ook zo is. Mannetjes reageren zeer fel op vrouwtjes, zelfs tijdens paartijd, wat het paren met een andere partner dan waaraan zij gewend zijn, zeer bemoeilijkt. Dit komt omdat oncilla’s zeer territoriaal zijn.
Kennis over de voortplanting in het wild is dus is laag. De voortplanting kan het hele jaar door plaatsvinden, al vertonen regionale populaties vaak seizoensgebonden geboortepieken die samenvallen met de lokale regentijden, wanneer er het meeste prooi beschikbaar is.
Het meest kenmerkende aspect van alle oncilla soorten is dat ze een opvallend laag voortplantingspotentieel hebben en zich veel langzamer ontwikkelen dan andere wilde katachtigen van vergelijkbare grootte. Door deze combinatie van kenmerken – late geslachtsrijpheid, een lange draagtijd en worpen van slechts één jong – brengt een gezond vrouwtje in het wild gedurende haar hele leven wellicht slechts vijf jongen succesvol groot.
De draagtijd is zo’n 71-78 dagen. Hoewel er wel worpen van maximaal drie of vier jongen zijn waargenomen, wordt er meestal één jong (kitten) geboren. De kittens ontwikkelen zich in een traag tempo. Hun ogen gaan pas acht tot zeventien dagen na de geboorte open (een lange periode voor kleine katachtigen). Hun tanden beginnen pas na zo’n 21 dagen door te komen, maar wanneer dat gebeurt, breken ze allemaal tegelijk door, binnen enkele uren.
De kittens beginnen op een leeftijd van zo’n vijf tot zeven weken met het eten van vlees. Na zo’n twee tot drie maanden zijn ze gespeend. Na ongeveer elf maanden hebben de jongen de volwassen afmetingen maar echt volwassen zijn ze pas tussen anderhalf en twee jaar.

By Alessandro Verniani – Own work, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=199724479
* Onderzoekers stellen dat alle soorten oncilla’s enorm in aantallen zijn afgenomen. Zij dringen dus aan op een herziening van de status op de IUCN Rode Lijst (van vulnerable naar endangered).
Hoewel nog niet bekend voor de Boliviaanse oncilla, gaan wetenschappers er vanuit dat ook dit dier door de volgende zaken wordt bedreigd;
Oncilla’s kruizen vaak met andere wilde katten zoals de pampakat. Het resultaat hiervan is dat er veel ‘kruizingen’ voorkomen en er steeds minder ‘zuivere’ oncilla’s zijn. Omdat de reproductie van oncilla’s relatief laag is en ze veelal vaak maar één kitten per worp hebben, maakt het voor deze dieren lastig om zich te herstellen van verstoringen in de leefomgeving, stroperij of habitatverlies.
Aldus onderzoek uit september 2026, zijn er nu vijf soorten oncilla’s en 1 ondersoort (Leopardus tigrinus antisuyo).
Wil je een spreekbeurt over oncilla’s houden? Klik hier voor ons spreekbeurtmateriaal dat je direct kunt downloaden. Op YouTube zijn diverse filmpjes over deze oncilla te zien mede omdat zijn ontdekking spectaculair was.
september 2026
De wilde katachtigen staan op punt van uitsterven. Dat mogen we niet laten gebeuren. We willen immers een wereld waar generaties na ons nog kunnen genieten van deze prachtige dieren. Help ons en word donateur, adoptieouder of doe een eenmalige gift.
Voor het eerst sinds 1923 hebben biologen een nieuwe katachtige ontdekt. Het
Contactgegevens
L.P. Van Mallandstraat 46
4754 AP Stampersgat
Telefoon: 06-4094 7232
E-mail: info@stichtingspots.nl