De oncilla is ook bekend onder de naam “tijgerkat”, wat is afgeleid van “El tigre”, dat in het Spaans verwijst naar de jaguar. Dat komt omdat het vlekkenpatroon (rozetten) van sommige oncilla’s in de verte wel iets lijkt op dat van de jaguar. De oncilla is echter stukken kleiner; het is één van de kleinste kattensoorten van Zuidelijk Amerika. Oncilla’s wegen maximaal drie en een half kilo.
De oncilla houdt de wetenschappers bezig. Lange tijd werden oncilla’s tot twee aparte soorten gerekend; de Leopardus tigrinus (Noordelijke tijgerkat) en Leopardus guttulus (Zuidelijke tijgerkat). Al eerder stelden wetenschappers dat deze twee soorten verder onderverdeeld moesten worden waardoor er meerdere soorten oncilla’s zouden zijn. Dat is nu bevestigd door onderzoek welke in september 2026 werd gepubliceerd.
De wetenschappers stellen nu dat er met zekerheid vijf soorten oncilla’s moeten worden erkend. En het kan zo maar zo zijn dat het daar niet bij blijft. Dat komt vooral omdat de dieren leven in ontoegankelijk gebied en ze vaak niet goed bestudeerd zijn. De meest recente ontdekking van een nieuwe kattensoort, een oncilla (Leopardus tilcayo), kwam per toeval aan het licht!
Leopardus pardinoides
Er zijn dus vijf erkende oncillasoorten met onderlinge verschillen. Maar je moet soms goed kijken om die te kunnen zien. In de afbeelding hierboven zie je van boven naar beneden de Noordelijke oncilla (a), de nevel oncilla (b) en de Zuidelijke oncilla (c).
Alle oncilla soorten hebben een witte vlek achter op de oren. Wetenschappers denken dat dit dient als afschrikking voor andere roofdieren. Wanneer de kat laag bij de grond gehurkt zit om te drinken of te eten, worden de oren van nature platgedrukt of naar buiten gedraaid. Voor een naderend roofdier lijken die twee opvallend witte vlekken, omlijst door zwarte vacht, precies op een paar grote, wijd openstaande ogen. Deze optische illusie kan een roofdier doen geloven dat de kat hem recht aankijkt, waardoor het verrassingseffect verloren gaat en een aanval wordt voorkomen. Ook zou de witte vlek dienen als communicatie voor kittens. Tijdens het lopen houdt de moeder haar oren naar voren gericht, waardoor de helderwitte vlekken zichtbaar worden als twee achterlichten. De kittens kunnen haar hierdoor in de nacht volgen.
Alle oncilla’s hebben daarnaast een relatief lange staart en twee paar tepels (vier in totaal). Hoeveel tepels een dier heeft, is meestal gebaseerd op het aantal kittens dat het dier krijgt. Oncilla’s krijgen meestal één tot maximaal drie kittens per keer (vaak is het er zelfs maar eentje). Met vier tepels heeft een moederkat altijd genoeg capaciteit om de kittens te voeden, inclusief een ‘reserve’ voor het geval er een uitzonderlijke drieling wordt geboren. De grote uitzondering hierop is de neveloncilla. Deze oncillasoort heeft slechts één paar tepels (twee in totaal). Wetenschappers vermoeden dat dit te maken heeft met de aanpassing aan het leven hoog in de bomen. Om zo licht en wendbaar mogelijk te zijn in de boomtoppen van de Andes, is de anatomie van de neveloncilla compacter geworden. Bovendien krijgt deze soort vrijwel nooit meer dan één kitten per worp, waardoor twee tepels functioneel perfect volstaan.
De neveloncilla heeft, zeker in vergelijking met de andere soorten oncilla’s, grote, sterke poten. De achterpoten zijn ongeveer 40% langer dan zijn voorpoten, wat zorgt voor een gehurkte houding die perfect is aangepast om zich als een aap door de boomtakken te bewegen. Hij kan zelfs met de kop naar beneden uit bomen afdalen, net als de margay. Het is dus een klein dier maar hij kan groter lijken door zijn wollige vacht en door zijn gespierde achterpoten.

Photo by Donmarsille on iNaturalist, https://www.inaturalist.org/observations/216797186 (CC BY-NC 4.0)
De uitgestrektheid van het Zuid-Amerikaanse continent is enorm. Elk van de vijf oncillasoorten heeft een eigen verspreidingsgebied zoals je hieronder kunt zien. Dat van de neveloncilla (paars) zie je links bovenaan in het kaartje. Soms raken de leefgebieden van de soorten elkaar, zoals hieronder te zien is in het kaartje. Zeer waarschijnlijk kruisen de dieren dan ook met elkaar.
De neveloncilla leeft bijna uitsluitend in vochtige nevelwouden en op grote hoogtes. In tegenstelling tot de andere oncillasoorten leeft hij dus juist niet op de grond. Hij verschilt ook in de andere soorten doordat hij niet graag zwemt.
Leefomgeving:
Oncilla’s zijn zeer territoriaal, vooral mannetjes tegenover andere mannetjes. Maar mannetjes zijn ook vaak agressief tegen vrouwtjes. Als een mannetje een vrouwtje tegenkomt dat niet krols is, verjaagt hij haar vaak of valt haar soms zelfs aan, om zo zijn territorium te beschermen. Het blijkt dat de territoria van oncilla’s zo’n twee en halve keer groter zijn dan wat te verwachten is bij een katachtige van deze grootte. Men vermoedt dat dit toe te schrijven is aan het oceloteffect. De ocelot is groter als de oncilla en daarmee een potentieel gevaar dat liever gemeden wordt – daarom is het hebben van een groter territorium van belang. Vrouwtjes hebben kleinere territoria dan de mannetjes.
De neveloncilla leeft in lastig begaanbaar gebied en is enorm schuw. Daarnaast leeft de neveloncilla vooral in de boomtoppen. Hierdoor weten we niet al te veel over zijn gedrag. Aldus recent onderzoek is hij vooral actief in de nacht. Hier kan hij van afwijken in gebieden waar veel ocelotten leven. Dit is zijn grote vijand en die probeert hij te vermijden. In tegenstelling tot veel andere katachtigen, zwemt deze oncilla niet graag. Hij is vooral te vinden in bomen. Hij is wel in de buurt van water te vinden omdat hier kleine knaagdieren te vinden zijn. En die staan op zijn menu. Zoals al aangegeven zijn oncilla’s erg territoriaal. Mannetjes zullen zelfs vrouwtjes wegjagen als ze die tegenkomen in hun territorium.
Er is niet zo veel bekend over de voortplanting van oncilla’s. Pieken in paartijd en geboortes verschillen per gebied. Kennis over de voortplanting is laag. In gevangenschap paren oncilla’s vaak hun leven lang met dezelfde partner wat niet wil zeggen dat dit in het wild ook zo is. Mannetjes reageren zeer fel op vrouwtjes wat het paren met een andere partner dan waaraan zij gewend zijn, zeer bemoeilijkt. Dit komt omdat oncilla’s zeer territoriaal zijn. Het meest kenmerkende van alle oncilla soorten is dat ze zich langzamer ontwikkelen dan andere kleine katachtigen van hun formaat. Daarnaast krijgen vrouwtjes veelal maar 1 jong. Dat betekent dat ze in haar hele leven vaak niet meer dan vijf kittens grootbrengt.
Na een draagtijd van zo’n 75 dagen, kunnen een tot vier kittens geboren worden maar meestal is dat er maar 1. De kittens beginnen op een leeftijd van zo’n vijf tot zeven weken met het eten van vlees. Na zo’n twee tot drie maanden zijn ze gespeend. De tandjes bij de kittens verschijnen na ca. 21 dagen wat later is dan bij de meeste katachtigen. Bijzonder is dat de tanden vrijwel tegelijk doorbreken, soms binnen enkele uren.
Na ongeveer elf maanden hebben de jongen de volwassen afmetingen maar echt volwassen zijn ze tussen 1 1/2 jaar en twee jaar.
In tegenstelling tot andere soort oncilla’s, leeft en jaagt de neveloncilla vooral in bomen. Zijn hele lichaam is hier ook op aangepast.
Ze gebruiken hun unieke lichaamsbouw om zich met de behendigheid van een aap door de boomtoppen te bewegen; hun relatief lange staart zorgt daarbij voor evenwicht. Hun achterpoten zijn ongeveer 40% langer dan hun voorpoten. Hierdoor kunnen ze zich goed afzetten. Hoewel de neveloncilla zeer flexibele gewrichten heeft, en waargenomen is dat het dier ondersteboven langs takken klom, mist hij het vermogen om de enkels volledig 180 graden te roteren (dit kan de margay wel). Dat zorgt ervoor dat neveloncilla’s wat voorzichtiger stammen afdalen. Recent onderzoek toont aan dat de neveloncilla strikt nachtactief en ‘maanfoob’ zijn. Dit betekent dat ze de jacht vermijden tijdens heldere nachten met veel maanlicht. Ze wachten op de donkerste nachten om de diepe schaduwen als camouflage te gebruiken; hierdoor overlapt hun activiteit voor 92% met die van de kleine, nietsvermoedende nachtdieren waarop ze jagen. Maar zijn ze ook minder zichtbaar voor de andere roofdieren die in de nacht actief zijn.
Zoals de meeste kleine wilde katachtigen is de neveloncilla een strikt solitair dier. Ze leven en jagen volledig op zichzelf en hebben alleen tijdens het paarseizoen kortstondig contact met andere katten. Ze zijn uiterst schuw en vermijden bewust contact met mensen, waardoor ze tot de moeilijkst in het wild te bestuderen kleine katachtigen behoren.
Omdat ze zo klein zijn, kunnen ze zich geen langdurige, uitputtende strijd met hun prooi veroorloven. In plaats daarvan vertrouwen ze op een snelle verrassingsaanval. Hun schedel is niet groter dan een golfbal, maar ze hebben de grootste hoektanden van alle kleine katachtigen (tot wel acht mm lang). Met deze enorme ‘dolken’ brengen ze één enkele, nauwkeurige beet toe in de schedel, nek of ruggengraat van de prooi, waardoor deze direct wordt uitgeschakeld.
Hun dieet bestaat bijna volledig (ongeveer 95%) uit boombewonende ratten en kleine knaagdieren, rustende vogels (die ze rechtstreeks van hun slaaptakken plukken) en hagedissen en grote insecten.
In het algemeen zijn oncilla’s opportunisten die gebruikmaken van de beschikbare prooien die in het betreffende gebied voorhanden zijn. Of dit bij de neveloncilla ook zo is, is nog niet helemaal duidelijk.
* Onderzoekers stellen dat alle soorten oncilla’s enorm in aantallen zijn afgenomen. Zij dringen dus aan op een herziening van de status op de IUCN Rode Lijst (van vulnerable naar endangered).

Photo by Donmarsille on iNaturalist, https://www.inaturalist.org/observations/216797186 (CC BY-NC 4.0)
Voor alle oncilla’s geldt in volgorde van belangrijkheid:
Dit gaat zeker op voor de neveloncilla. Hierdoor raken populaties ook versnipperd en kunnen de dieren elkaar steeds lastiger bereiken.
Oncilla’s kruizen vaak met andere wilde katten zoals de pampakat. Het resultaat hiervan is dat er veel ‘kruizingen’ voorkomen en er steeds minder ‘zuivere’ oncilla’s zijn. Omdat de reproductie van oncilla’s relatief laag is en ze veelal vaak maar één kitten per worp hebben, maakt het voor deze dieren lastig om zich te herstellen van verstoringen in de leefomgeving, stroperij of habitatverlies.

Honden kunnen ziektes overdragen. Vandaar dat organisaties zoals TCCI bezig zijn met campagnes om honden te vaccineren.
Aldus onderzoek uit september 2026, zijn er nu vijf soorten oncilla’s en 1 ondersoort (Leopardus tigrinus antisuyo).
De mannetjes zijn iets groter en zwaarder dan de vrouwtjes.

Photo by Gerrit Jan Verspui on iNaturalist, https://www.inaturalist.org/observations/30676666 (CC BY-NC 4.0)
De organisatie Tiger Cats Conservation (TCCI) spant zich in voor de oncilla.
Wil je een spreekbeurt over oncilla’s houden? Klik hier voor ons spreekbeurtmateriaal dat je direct kunt downloaden. Op YouTube zijn filmpjes te zien van de diverse soorten oncilla’s, waaronder deze.
Copyright foto’s: Alle afbeelding zijn met dank aan het Tiger Cat Conservation Initiative (TCCI), incl. Weslley Alves, Johannes Pfeiderer en Ricardo Ribeiro, tenzij anders vermeld.
De wilde katachtigen staan op punt van uitsterven. Dat mogen we niet laten gebeuren. We willen immers een wereld waar generaties na ons nog kunnen genieten van deze prachtige dieren. Help ons en word donateur, adoptieouder of doe een eenmalige gift.
Voor het eerst sinds 1923 hebben biologen een nieuwe katachtige ontdekt. Het
Contactgegevens
L.P. Van Mallandstraat 46
4754 AP Stampersgat
Telefoon: 06-4094 7232
E-mail: info@stichtingspots.nl