
Foto door José Vinícius de Medeiros via iNaturalist, https://www.inaturalist.org/taxa/1595824-Leopardus-tigrinus-emiliae – CC BY-NC-SA 4.0
De oncilla is ook bekend onder de naam “tijgerkat”, wat is afgeleid van “El tigre”, dat in het Spaans verwijst naar de jaguar. Dat komt omdat het vlekkenpatroon (rozetten) van sommige oncilla’s in de verte wel iets lijkt op dat van de jaguar. De oncilla is echter stukken kleiner; het is één van de kleinste kattensoorten van Zuidelijk Amerika. De Noordelijke tijgerkat weegt maximaal drie en een half kilo.
De oncilla houdt de wetenschappers bezig. Lange tijd werden oncilla’s tot twee aparte soorten gerekend; de Leopardus tigrinus (Noordelijke tijgerkat) en Leopardus guttulus (Zuidelijke tijgerkat). Al eerder stelden wetenschappers dat deze twee soorten verder onderverdeeld moesten worden waardoor er meerdere soorten oncilla’s zouden zijn. Dat is nu bevestigd door onderzoek welke in september 2026 werd gepubliceerd. Ook de Oostelijke oncilla werd toen echt als aparte soort gezien. Dat betekent ook dat er nog niet veel specifiek onderzoek naar dit dier is uitgevoerd en we dus nog veel niet weten.
De wetenschappers stellen nu dat er met zekerheid vijf soorten oncilla’s moeten worden erkend. En het kan zo maar zo zijn dat het daar niet bij blijft. Dat komt vooral omdat de dieren leven in ontoegankelijk gebied en ze vaak niet goed bestudeerd zijn. De meest recente ontdekking van een nieuwe kattensoort, een oncilla (Leopardus tilcayo), kwam per toeval aan het licht!
Leopardus emiliae

Er zijn dus vijf erkende oncillasoorten met onderlinge verschillen. De Oostelijke oncilla is pas recent echt erkend (door onderzoek uit 2026). Je moet soms goed kijken om de verschillen te zien tussen de diverse soorten. In de afbeelding hierboven zie je van boven naar beneden de Noordelijke oncilla (a), de nevel oncilla (b) en de Zuidelijke oncilla (c).
Waarin de Oostelijke oncilla zich onderscheidt van de andere soorten, is dat zijn vacht lichter en korter is. Dat heeft alles te maken met de leefomgeving waarin het dier leeft. Ook zijn staart is, vergelijken met veel andere oncilla soorten, langer.
Alle oncilla soorten hebben een witte vlek achter op de oren. Wetenschappers denken dat dit dient als afschrikking voor andere roofdieren. Wanneer de kat laag bij de grond gehurkt zit om te drinken of te eten, worden de oren van nature platgedrukt of naar buiten gedraaid. Voor een naderend roofdier lijken die twee opvallend witte vlekken, omlijst door zwarte vacht, precies op een paar grote, wijd openstaande ogen. Deze optische illusie kan een roofdier doen geloven dat de kat hem recht aankijkt, waardoor het verrassingseffect verloren gaat en een aanval wordt voorkomen. Ook zou de witte vlek dienen als communicatie voor kittens. Tijdens het lopen houdt de moeder haar oren naar voren gericht, waardoor de helderwitte vlekken zichtbaar worden als twee achterlichten. De kittens kunnen haar hierdoor in de nacht volgen.
Alle oncilla’s hebben daarnaast een relatief lange staart en twee paar tepels (vier in totaal). Hoeveel tepels een dier heeft, is meestal gebaseerd op het aantal kittens dat het dier krijgt. Oncilla’s krijgen meestal één tot maximaal drie kittens per keer (vaak is het er zelfs maar eentje). Met vier tepels heeft een moederkat altijd genoeg capaciteit om de kittens te voeden, inclusief een ‘reserve’ voor het geval er een uitzonderlijke drieling wordt geboren. De grote uitzondering hierop is de neveloncilla. Deze oncillasoort heeft slechts één paar tepels (twee in totaal).

Foto door Rafael Brito Costa via iNaturalist – https://www.inaturalist.org/observations/242134772 / CC BY-NC 4.0
De Oostelijke oncilla is een kleine, slanke wilde kat die sterk doet denken aan een miniatuurluipaard, gekrompen tot het formaat van een huiskat. Qua uiterlijk lijkt hij veel op de andere soorten oncilla’s wat het vaak lastig maakt ze onderling te onderscheiden.
De basiskleur van de Oostelijke oncilla is vaak lichter – doorgaans lichtgeel, crèmekleurig of licht zandgrijs – waardoor ze niet oververhit raken in de felle zon en beter opgaan in droog gras en rotsen. Het dier leeft in gebieden waar het extreem warm kan worden. Juist vanwege dit extreme klimaat ziet het lichaam van de Oostelijke oncilla er net iets anders uit dan dat van andere oncilla’s. Zijn gladde, korte vacht voorkomt oververhitting, en zijn grote, opvallende oren fungeren als natuurlijke radiatoren die helpen lichaamswarmte aan de lucht af te geven om koel te blijven.
De uitgestrektheid van het Zuid-Amerikaanse continent is enorm. Elk van de vijf oncillasoorten heeft een eigen verspreidingsgebied zoals je hieronder kunt zien. Dat van de Oostelijke oncilla (geel) zie je rechts op het kaartje. Soms raken de leefgebieden van de soorten elkaar, zoals hieronder te zien is in het kaartje. Zeer waarschijnlijk kruisen de dieren dan ook met elkaar.
De Oostelijke oncilla leeft (voor zover bekend) alleen in Brazilië. Het dier heeft een duidelijke voorkeur voor open, droge en semi-aride landschappen, waarbij de soort dichte, vochtige regenwoudgebieden – zoals het equatoriale hart van de Amazone – vermijdt. Hij komt het meest voor in de Caatinga; een uniek, halfdroog struikbos dat uitsluitend in het noordoosten van Brazilië voorkomt en ongeveer 10% van het grondgebied van het land beslaat. Het gebied kenmerkt zich door hoge temperaturen.
Hoewel de soort diepe regenwouden mijdt, is ze te vinden in lichtere, halfbladverliezende seizoensbossen en in de drogere overgangszones waar de savanne overgaat in het Atlantisch Woud.
Omdat de Oostelijke oncilla voornamelijk voorkomt in de semi-aride laaglandvlakten en struikgebieden van centraal en oostelijk Brazilië, is de soort aangepast aan lage hoogten. Hij komt voor op hoogtes variërend van zeeniveau tot ongeveer 1.000 meter.
Omdat de Oostelijke oncilla pas relatief kort geleden als een aparte, zelfstandige soort is erkend, zijn specifieke gegevens uit het veld over het exacte leefgebied van dit dier, nog zeer beperkt. Biologen schatten de grootte van het territorium in op basis van de lichaamsgrootte, de beschikbaarheid van prooien en gegevens over de andere soorten oncilla’s.
Wat we weten over de andere soorten oncilla’s, hebben deze dieren doorgaans territoria die variëren van 0,9 tot 17 km2. Mannetjes hebben vaak grotere territoria dan vrouwtjes. Het blijkt dat de territoria van oncilla’s ongeveer twee en een half keer groter zijn dan wat te verwachten is bij een katachtige van deze grootte. Men vermoedt dat dit toe te schrijven is aan het oceloteffect. De ocelot is groter dan de oncilla en daarmee een potentieel gevaar dat liever gemeden wordt – daarom is het hebben van een groter territorium van belang.
In de ruige, droge landschappen van de Caatinga en Cerrado, waar de Oostelijke oncilla leeft, zijn de hulpbronnen meer verspreid. Omdat voedsel en water er schaarser zijn dan in een weelderig regenwoud, hebben deze katten waarschijnlijk grotere territoria nodig om voldoende voedsel te kunnen vinden.
Over het algemeen zijn oncilla’s zeer territoriaal, vooral mannetjes tegenover andere mannetjes. Maar mannetjes oncilla’s zijn vaak ook agressief richting vrouwtjes. Als een mannetje een vrouwtje tegenkomt dat niet krols is, jaagt hij haar vaak weg of valt haar fysiek aan om zijn territorium te verdedigen.
De Oostelijke oncilla leeft grotendeels op de grond. Door te kiezen voor droge struikgebieden en open savannes, beperkt de soort de directe concurrentie met grotere, in bossen levende katachtigen tot een minimum. Bovendien is dit leefgebied ideaal voor de jacht op zijn favoriete prooien, waaronder kleine hagedissen, grondbewonende knaagdieren en vogels die op de grond leven.
Zoals de meeste kleine wilde katachtigen zijn Oostelijke oncilla’s solitair. Volwassen dieren vestigen territoria die ze fel verdedigen en die niet overlappen met die van soortgenoten van hetzelfde geslacht. Het grotere leefgebied van een mannetje overlapt echter vaak met de territoria van enkele vrouwtjes.
Zoals gezegd is de Oostelijke oncilla pas heel recent als aparte soort erkend. Dat betekent ook dat er nog niet heel veel onderzoek naar specifiek deze soort is gedaan. Men gaat er, vooralsnog, van uit dat de voortplanting van de Oostelijke oncilla in grote lijnen die van de andere oncilla soorten volgt.
Het meeste wat we weten over de voortplanting van oncilla’s komt van fokprogramma’s van bijvoorbeeld dierenparken. In gevangenschap paren oncilla’s vaak hun leven lang met dezelfde partner wat niet wil zeggen dat dit in het wild ook zo is. Mannetjes reageren zeer fel op vrouwtjes, zelfs tijdens paartijd, wat het paren met een andere partner dan waaraan zij gewend zijn, zeer bemoeilijkt. Dit komt omdat oncilla’s zeer territoriaal zijn.
Kennis over de voortplanting in het wild is dus is laag. De voortplanting kan het hele jaar door plaatsvinden, al vertonen regionale populaties vaak seizoensgebonden geboortepieken die samenvallen met de lokale regentijden, wanneer er het meeste prooi beschikbaar is.
Het meest kenmerkende aspect van alle oncilla soorten is dat ze een opvallend laag voortplantingspotentieel hebben en zich veel langzamer ontwikkelen dan andere wilde katachtigen van vergelijkbare grootte. Door deze combinatie van kenmerken – late geslachtsrijpheid, een lange draagtijd en worpen van slechts één jong – brengt een gezond vrouwtje in het wild gedurende haar hele leven wellicht slechts vijf jongen succesvol groot.
De draagtijd is zo’n 71-78 dagen. Hoewel er wel worpen van maximaal drie of vier jongen zijn waargenomen, wordt er meestal één jong (kitten) geboren. De kittens ontwikkelen zich in een traag tempo. Hun ogen gaan pas acht tot zeventien dagen na de geboorte open (een lange periode voor kleine katachtigen). Hun tanden beginnen pas na zo’n 21 dagen door te komen, maar wanneer dat gebeurt, breken ze allemaal tegelijk door, binnen enkele uren.
De kittens beginnen op een leeftijd van zo’n vijf tot zeven weken met het eten van vlees. Na zo’n twee tot drie maanden zijn ze gespeend. Na ongeveer elf maanden hebben de jongen de volwassen afmetingen maar echt volwassen zijn ze pas tussen anderhalf en twee jaar.
De Oostelijke oncilla jaagt voornamelijk op kleinere prooidieren aangezien hij zelf, met maximaal drie kilo, niet zo zwaar is. Op het menu staan vooral hagedissen, knaagdieren en grondvogels. Tijdens de droge seizoenen in het noordoosten van Brazilië nemen deze prooipopulaties af, waardoor de kat gedwongen wordt een veel groter gebied te bestrijken om aan voedsel te komen.
Het dier is voornamelijk ’s nachts en tijdens de schemering actief; zijn jachtactiviteit piekt op deze momenten om aan te sluiten bij de bewegingen van zijn prooien. Omdat hij in de open, droge ecosystemen van Brazilië (de Caatinga en Cerrado) leeft, zijn zijn jachtstrategieën sterk afgestemd op een leven op de grond; hierin verschilt hij van veel andere kleine katten in Zuid-Amerika die ook vanuit bomen jagen.
De Oostelijke oncilla jaagt vaak vanuit een hinderlaag. Hij gebruikt het doornige struikgewas en de rotsformaties als natuurlijke camouflage. Het dier sluipt langzaam en geruisloos naderbij, om vervolgens met een plotselinge, explosieve sprong zijn prooi te overmeesteren. Zodra de prooi succesvol besprongen is, grijpt hij zijn prooi vast met zijn scherpe klauwen en brengt het een nauwkeurige, krachtige beet toe in de nek of aan de schedelbasis om de prooi snel te doden. De Oostelijke oncilla vertrouwt sterk op zijn goede ogen en relatief grote oren om in het donker bewegingen te volgen. Het dier is bijzonder bedreven in het opmerken van het geritsel van kleine knaagdieren in droog struikgewas of de snelle, schietende bewegingen van hagedissen.
Omdat voedsel in zijn leefgebied soms schaars en onvoorspelbaar is, is de Oostelijke oncilla een zeer opportunistische generalist. Het dier zoekt actief op de grond en graaft daarbij in holen of reikt in rotsspleten om verscholen prooien tevoorschijn te halen.

Foto door josiel_lemes via iNaturalist – https://www.inaturalist.org/observations/164033645 / CC BY-NC 4.0 Gedrag
In het algemeen zijn oncilla’s opportunisten die gebruikmaken van de beschikbare prooien die in het betreffende gebied voorhanden zijn. Maar de Oostelijke oncilla eet vooral;
Ze eten ook insecten. Dat gebeurt vooral wanneer voedsel schaars is.
* Onderzoekers stellen dat alle soorten oncilla’s enorm in aantallen zijn afgenomen. Zij dringen dus aan op een herziening van de status op de IUCN Rode Lijst (van vulnerable naar endangered).

© Projeto Caatinga Potiguar
Voor alle soorten geldt in volgorde van belangrijkheid:
Oncilla’s kruizen vaak met andere wilde katten zoals de pampakat. Het resultaat hiervan is dat er veel ‘kruizingen’ voorkomen en er steeds minder ‘zuivere’ oncilla’s zijn. Omdat de reproductie van oncilla’s relatief laag is en ze veelal vaak maar één kitten per worp hebben, maakt het voor deze dieren lastig om zich te herstellen van verstoringen in de leefomgeving, stroperij of habitatverlies.
Aldus onderzoek uit september 2026, zijn er nu vijf soorten oncilla’s en 1 ondersoort (Leopardus tigrinus antisuyo).
De mannetjes zijn iets groter en zwaarder dan de vrouwtjes.

© Projeto Caatinga Potiguar
De organisatie Tiger Cats Conservation (TCCI) spant zich in voor de oncilla.
Wil je een spreekbeurt over oncilla’s houden? Klik hier voor ons spreekbeurtmateriaal dat je direct kunt downloaden. Op YouTube zijn filmpjes te zien van de diverse soorten oncilla’s, waaronder deze.
Aangepast: september 2026
De wilde katachtigen staan op punt van uitsterven. Dat mogen we niet laten gebeuren. We willen immers een wereld waar generaties na ons nog kunnen genieten van deze prachtige dieren. Help ons en word donateur, adoptieouder of doe een eenmalige gift.
Voor het eerst sinds 1923 hebben biologen een nieuwe katachtige ontdekt. Het
Contactgegevens
L.P. Van Mallandstraat 46
4754 AP Stampersgat
Telefoon: 06-4094 7232
E-mail: info@stichtingspots.nl